HISTeam

Ontstaan

Het HISTeam (voluit Historische Stekenteam) houdt zich bezig met het beschrijven van de breisteken die gebruikt worden in oud breiwerk, zodat die ook nu nog gebruikt kunnen worden.

In 2016 vond in het Fries Museum de tentoonstelling ‘Breien’ plaats. In de vitrines lag, naast veel ander prachtig breiwerk, ook een aantal breirollen. Lange breilappen, gebreid in katoen met een grote variëteit aan steken. De toenmalige conservator textiel, Gieneke Arnolli, gaf aan dat zij graag een reconstructie van één van deze breirollen zou laten maken en daarmee was het idee geboren voor wat nu het HIST is.

Teamleden

Het HISTeam komt voort uit de cursussen Historisch Breiwerk die Rita Huijink, breister én historica, geeft voor De Amsterdamse Steek.

Rita

Alle vrouwen in mijn familie handwerkten. Er werd gebreid, geborduurd, gehaakt en ook genaaid.

Op deze foto zien jullie mijn oma, waarschijnlijk met een haakwerkje, uitkijkend over de nieuwe Hoofdweg in Amsterdam en zwanger van mijn vader. Mijn andere oma was voor haar trouwen borduurster van beroep en heeft haar hele leven al haar kleding zelf gemaakt op een handnaaimachine. Die machine was nog van haar oma geweest die haar geld als naaister verdiende. Hij staat nu bij mij thuis.

Het was dus volstrekt logisch dat ik op mijn 5eleerde breien, borduren en haken. Ik kan mij niet herinneren hoe dat in zijn werk ging want voor mijn gevoel heb ik altijd kunnen breien. Ik ben er nooit meer mee opgehouden. Wat was er logischer dan mijn studie geschiedenis te combineren met deze erfenis uit mijn familie?

 

An

Ik heb op de lagere school leren breien, met katoen dat nauwelijks verschoof op de naald door mijn klamme handjes.

Pas tijdens de handwerkles op de Kweekschool kreeg ik plezier in breien. Ik ben blijven breien, maar toen ik (op latere leeftijd) in aanraking kwam met de ‘broodjes breien’van Loret Karman en later met de cursussen van de Amsterdamse Steek ben ik echt enthousiast en nieuwsgierig geworden.

Ik voel me nu vrij om te experimenteren en mijn creativiteit te ontdekken.

 

 

 

Ernestine

Mijn vader beweerde dat hij als herder in Anatolië meterslange dassen heeft gebreid, zo van het schaap. Helaas is er weinig dat die claim ondersteunt, noch van dat herderschap, noch van zijn breikwaliteiten. Hoewel zijn moeder ongetwijfeld op school heeft leren breien, deed ze het in haar latere leven niet meer, dus van haar heeft hij het in elk geval niet kunnen leren.

Mijn moeder en haar zus breiden wel, net als hun moeder. Die stierf relatief jong, in elk geval voor er kleinkinderen in zicht waren. Dat weerhield haar er niet van toch een vestje te breien voor een baby die misschien zou komen. Breiwerk moest doorgegeven worden.

Zelf moet ik zo’n beetje vier of vijf jaar zijn geweest toen ik met korte plastic breipennetjes van mijn moeder leerde breien. Het was in elk geval ruim voor ik naar de lagere school ging. Ik heb altijd gebreid – de ene periode wat fanatieker dan de andere. Mijn studietoelage heb ik een tijdje aangevuld door voor een winkel te breien. Ideaal: ik kon mijn hobby uitoefenen terwijl het me geld opleverde in plaats van kostte.

Mariët

Ik ben opgegroeid tussen de breipennen, draden en lapjes. Ook op kostschool bij de nonnetjes was het veel handwerken.

Maar echt actief werd ik in de 70e jaren:  begonnen met spinnen, naar de Vrije Academie voor het weven, en breien werd tussendoor gedaan als ik moest uitrusten op de bank. Begin 2000 ben ik een fanatiek sokkenbreier geworden.

Sinds mijn pensioen en de cursussen bij Rita Huijnk en Loret Karman heb ik mijn breitechnieken opgekrikt en uitgebreid.

Op de foto rechts zit m’n moeder te breien naast de kachel.

 

Nienke

Tijdens een studentenbaantje als baliemedewerkster in een botanische tuin zocht ik iets om productief bezig te zijn als het even rustig was. Het werden de gehaakte cactusjes van Planet June, waarvan de patronen zo goed en uitgebreid geschreven waren dat ik ze als absolute beginner kon volgen, en waarvan de baas het goed vond omdat ‘de soorten zelfs nog te determineren waren’. Van het een kwam het ander en inmiddels brei, haak, weef, spin en borduur ik. 

Per april 2019 begin ik als collectieregistrator bij het Westfries Museum in Hoorn. Daarnaast hou ik mij bezig met historisch textiel in musea, bijvoorbeeld bij het Zuiderzeemuseum en (voor een paar maanden) bij het Nederlands Openluchtmuseum. Erg leuk werk, en mijn reistijd dubbelt als handwerktijd, dus tel uit je winst.

Ik heb m’n handwerken geleerd via YouTube en online tutorials, en probeer waneer het maar kan workshops en cursussen te volgen, omdat je handwerken toch het beste 1:1 leert. Mijn moeder is altijd meer van het tekenen geweest, en mijn oma aan vaderskant kon heel goed naaien. Oma aan moederskant handwerkt enthousiast, maar mijn rondbreinaalden vind ze maar niets. Gelukkig bevalt mijn stash haar daarentegen prima 🙂

Ditte

Vroeger secretaressese van beroep, nu zelfstandig ondernemer als glazenier en breier. Ik maak glas-in-lood en Tiffany in opdracht en naar eigen ontwerp en geef workshops in Tiffany-techniek. Daarnaast maak ik breiwerken in opdracht, soms naar eigen ontwerp, en geef workshops op gebied van breien.

Ik kom uit een familie van mensen die graag met hun handen werken. Mijn grootvader was instrumentslijper, mijn grootmoeder breide wel maar vond meer plezier in tuinieren. Mijn vader werkte het liefst met hout, moeder breide en borduurde en later maakte ze kaarten. Ook tantes, neven en nichten zijn creatief. Breien heb ik van mijn moeder geleerd toen ik een jaar of 6 was. In mijn jeugd en toen de kinderen klein waren maakte ik vooral truien: kabels, Noors, intarsia; veel technieken leerde ik (ook door zelf ontdekken) voor ik wist dat ze een naam hadden. Sinds een jaar of 35 brei ik alles op de rondbreinaald.

 

 

Ans

Breien leerde ik net als haken en borduren op de lagere school.

Mijn moeder was geen breister. Ze heeft toen ik een jaar of 4 was een trui voor me gebreid met een ronde pas, die te klein werd. Gelukkig was er een buurvrouw in de flat die de trui voor haar zoon breidde en die werd te groot. De oplossing van het probleem was ruilen en iedereen was tevreden, vooral ik want nu had ik een groene trui, mijn lievelingskleur in die tijd, in plaats van een blauwe.

Op de middelbare school had ik de eerste paar jaar ook nog handwerkles. Een van de juffen beloonde mijn werkjes met een 13 want een 10 was niet genoeg voor deze creaties volgens haar…. In die tijd ontstond mijn liefde voor breien en breide ik mijn eerste trui uit de Ariadne. Nadat mijn vader een paar gebreide sokken van zijn moeder kreeg toen ik een jaar of 16 was, bedacht ik dat het raar was dat ik ( geen sokken kon breien. Ik ging naar de 3suisse en kocht sokken wol en een patroon en ging aan de slag. Daarna breide ik sokken voor familie en vrienden die dat wilden.

In de tijd dat mijn kinderen klein waren breide ik truien met Nijntje en Sesamstraatfiguren. Daarna raakte mijn breipassie in de vergetelheid door gezin en werk.

Nadat ik in 2006 behandeld was voor borstkanker en ik niet veel meer kon dan op de bank hangen, heb ik het breien weer opgepakt. In eerste instantie vooral sokken. Via http://socks.hajeka.com/.

Nu is de passie volledig terug en brei ik van alles… zelfs een Texelse kous.

Frouckje

M’n barbies en m’n zusje dragen nog steeds de littekens van de galajurken die ik als kind bedacht; lappen stof werden zonder pardon vastgespeld op het model. En natuurlijk werd het geheel afgemaakt met mooie make-up die ik aanbracht met tekenpotloden. Het verwijderen heeft heel wat huilpartijen opgeleverd… Dingen bedenken en maken, dat vind ik mooi.

Door de jaren ben ik me steeds meer gaan toeleggen op het breien omdat je daarmee niet alleen het model van het kledingstuk maar ook de ‘stof’ zelf ook creëert.

De geschiedenis van het breien boeit me mateloos. Ik wil weten wat er allemaal gedaan is en dat op kunnen zoeken in boeken of internet. Dat valt in de praktijk nog tegen, er zijn veel hiaten in de breigeschiedenis. Vandaar dat ik me graag inzet bij het HIST.

In m’n familie is iedereen gezegend met een paar rechterhanden, hoewel het percentage linkshandigen uitzonderlijk hoog is. Pake schilderde, opa & m’n vader konden alles bouwen (wel op z’n Hovenkamps) en de vrouwen waren zeer handwerkvaardig.

De foto is van rond 1950 (toen foto’s nog een ernstige zaak waren) en toont tante Hilda in een jurkje gebreid door oma.